De dochter van de smid (versie Nederlands)

De dochter van de smid (versie Nederlands)

Ik ben de dochter van een smid. Een gezin met een smederij valt niet mee hoor, want die kerels komen altijd helemaal zwart thuis! Handen wassen is er vaak ook niet bij en dan heb je overal zwarte vegen en een heleboel wasgoed! Op een moment waren er twee jongens aan het werk en vader ook en dan heb je een hele teil vol met dat zwarte vette spul, dat ook nog apart gewassen moet worden. Vader had een ijzeren pot gemaakt, die op het smidsvuur kon staan. Die stookte hij dan even goed heet en vervolgens kwam die ketel buiten te staan. De was werd er met een stok uitgetrokken en op de straat achter het huis gegooid. Dan maar op de knieën erbij met de borstel en groene zeep. Daarna alles weer spoelen en dan was het weer schoon. Maar ja, dat kwam iedere week weer opnieuw dus de vrouwen van smeden hadden het niet makkelijk vroeger. Er moest vaak ook nog soda bij om het vet op te lossen. Het gebeurde vaak dat je knokkels nog niet genezen waren van de bijtende soda van de vorige week wassen. Tegenwoordig stop je het in een machine en dan is het klaar.

De vrouwen leefden ook mee als het om het bedrijf ging want als de hoepels verlegd moesten worden dan zat mijn moeder altijd in spanning. Ze kon het precies horen als de banden heet waren en ze op de wielen gelegd werden. Dan kon ze aan het slaan horen of het goed ging of niet. Ze was heel opgelucht als het goed ging. Mijn moeder lette ook vaak wel goed op want mijn vader had er nogal een handje van om een karweitje te vergeten. Als ze de hele dag druk zijn, wil dat nog wel eens gebeuren. Vroeger kwamen de mensen zo langs , dan moest er wat gemaakt worden en dat werd niet altijd meteen betaald. Tegenwoordig moet je meteen met geld klaarstaan maar dat was vroeger niet zo; schrijf het maar op zeiden ze dan. En ’s avonds als het eten op was en vader niet weer naar de smederij hoefde te gaan dan kwam het lange boek tevoorschijn. Het was een lang, smal boek en ik zie hem er nog mee zitten en opschrijven: die heeft een strekel gehaald en daar is een band voor geplakt, want een fietsen makerij was er ook nog bij. Mijn moeder zei dan: ik heb die of die ook nog zien lopen, wat had die? Tenslotte mocht er niets verloren gaan want zij moest met de portemonnee omgaan, daar bemoeide vader zich niet mee. Dat hield moeder goed in de gaten want zij moest er uiteindelijk van rondkomen.

Toen ik van school kwam, is mijn oudste zus, die goed kon leren, weer naar school gegaan. Er was net een ULO in Noordhorn begonnen en daar wilde ze naar toe. Ze wilde niet bij moeder in de huishouding blijven. Ik heb toen haar werk in huis overgenomen. Er was nog een zus en die was weer anderhalf jaar jonger dan ik. Toen die van school kwam moest ze moeder helpen en toen moest ik een dienstje zoeken en wat geld verdienen. Er werd niet gevraagd, wat wil je graag. Ik had de ULO ook wel kunnen doen. Ik was op school ook niet slecht maar het was de gewoonte niet dat kinderen allemaal moesten leren. Vier jaar lang heb ik een dienstje bij timmerman Kooi gehad. Zijn zonen wonen nu op het bedrijf of zijn kleinzoons misschien. Ik heb er in de oorlogsjaren gewerkt. Later ben ik weer thuis gekomen. Mijn broers gingen de deur uit en kregen een gezinnetje en als er dan iemand ziek was dan kon tante Gé wel even komen helpen. Ik heb bij een heleboel gezinnen in de gemeente geholpen. Toen kwam het Zonnehuis (in Zuidhorn) en daar vroegen ze huishoudelijke hulp. Ik zei tegen moeder: daar ga ik kijken en dan voor halve dagen. Twee en twintig en een half jaar heb in het Zonnehuis voor halve dagen in de huishouding gewerkt. Toen kon moeder zich nog redelijk redden, maar later niet meer. Ik mocht het werk graag doen, maar ja je wordt ouder en dan valt het je wat zwaarder. Want ik moest thuis de boel ook runnen en ’s middags na het warm eten kreeg je daar je portie nog. Daar had ik wel een volledige dagtaak aan. Ik heb het nooit met tegenzin gedaan en het huishoudelijk werk lag mij wel. Daar heb ik ook nooit problemen mee gehad en dat je beide ouders tot het laatst kunt verzorgen, daar kun je alleen maar dankbaar voor zijn!

Gé Schutter (Geboren 17 maart 1926), geïnterviewd door Geesje Vos en Alie de Vries

In het kader van het ‘Streektoal project Zuudhörn’, 2008
In opdracht van de RUG, Professor Siemon Reker