Boderijder Datema uit Zuidhorn

De broers Gerrit en Job Datema uit in Zuidhorn waren beurtschipper aan het begin van de twintigste eeuw. Ze hadden ook een bodedienst op Groningen en een brandstoffenhandel. De trekschuit van Gerrit lag in de Zwaaikom aan het eind van de Schipsloot. De bodedienst werd onderhouden door broer Job met een hondenkar met vier honden, later met paard en wagen. Als de beide broers Zuidhorn naderden, speelden ze een herkenbaar deuntje op hun snikhoorn.

Boderijder Job nam elke dag de bestellingen op bij winkeliers, bedrijven en particulieren in het dorp. Als jongens hem op de snikhoorn hoorden blazen, kwamen ze hem tegemoet en brachten de kleine pakjes rond. Zware stukken bezorgde Job zelf. Hij vervoerde van alles. Logerende kinderen leverde hij voor 10 cent af op het juiste adres. Dames vertrouwden hem het ophalen, ruilen en vermaken van kleding toe. Toen nieuwe hoedjes in de mode kwamen, gaf een modezaak in de stad hem een enorme zichtlading mee, zodat de Zuidhorner dames thuis konden uitzoeken en passen. De overgebleven hoeden bracht Job weer terug naar de winkelier in de stad. Op 28 augustus, de traditionele feestdag rond Bommen Berend in Groningen, reed Job extra diensten op Stad. Als versiering hingen op de terugweg lampionnen in kar.